Voor wie? Voorzetsels!

Iets dat ik af en toe best verwarrend vind in de Nederlandse taal zijn de voorzetsels. Vooral bij sommige in tegenstelling tot wáár: "in", "op" en "bij", bijvoorbeeld.


- De hond ligt op de bank. Hoezo niet over? - En ben ik nou ín het tankstation of bíj het tankstation? Deze weet ik echt nooit!!!

Maar inmiddels heb ik al geleerd dat dingen heel vaak óp een bureau liggen (of zitten en staan).

En vorige week meldde ik nonchalant:


- "Ik zit op mijn bureau"


Ik had het niet door, en heb dus niet snel gecorrigeerd of vraagtekens tussen hakjes ernaast toegevoegd -wat ik weleens doe om te melden dat ik niet zeker ben over een woord of zin.

Dagen later herlas ik het bericht en schaamde ik me natuurlijk en beetje. Wat zou diegene nou precies hebben bedacht?


Gewoon dat ik nog veel te leren heb, of was die ver gegaan en een beeld gemaakt van míj (letterlij) óp mijn bureau met mijn telefoon in hand zitten te typen...?!

Minder erg is natuurlijk dat ik dat zát en niet lág of stónd te doen...!


Recent Posts

See All

Zelf(ver)standig woorden

Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die ‘een zelfstandigheid’ aanduiden. Dat kunnen concrete zaken zijn als mensen (man, Anneke), dieren (paard) en dingen (huis, hout). Maar het kunnen ook plaatsen

Sta(a)rt

"Hierdoor hebben we al een mooie start", dacht ik te hebben gezegd in een poging om de werkgroep aan te moedigen. Maar iedereen lachte. Blijkbaar heb ik gezegd dat we een mooie staart hadden...!